In de vorige blogpost hadden we het over de 1-2-3 Magic Methode van Dr Phelan. Een van de voornaamste kritieken op deze methode kwam van Dr Dan Siegel. Dr Siegel is een bekend psychiater, auteur, en professor aan de klinische psychiatrie aan de UCLA School of Medicine. Zijn kritiek: time-outs, fysieke straffen en bedreigingen leren het kind niets. Daarnaast zorgen ze voor een slechtere relatie tussen ouder en kind. En die twee dingen – leren en verbinding – zijn uitermate belangrijk voor het kind, aldus Siegel.

Wat is de No Drama Discipline Methode?
De No Drama Discipline methode is gebaseerd op diepgaand inzicht in de werking van kinderbreinen. Uit neurowetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat kinderbreinen zich nog volop ontwikkelen. Met andere woorden: kinderen zijn geen kleine volwassenen! Deze ontdekking heeft verstrekkende gevolgen voor hoe we het beste met onze kroost kunnen omgaan.
In tegenstelling tot veel traditionele opvoedmethodes, ligt bij No Drama Discipline de nadruk niet op straffen. De focus ligt juist op het versterken van de band tussen ouder en kind. Want als die emotionele verbinding sterk is, luistert het kind vanzelf beter. Bovendien leert het zo belangrijke vaardigheden als empathie en zelfbeheersing. Kortom: discipline draait niet om straf, maar om samen leren en groeien!
Begrijpt u nu waarom deze aanpak zo veelbelovend is? Doorgaans zorgt disciplineren voor de nodige spanningen. Maar met de No Drama Discipline verloopt het allemaal een stuk vlotter. Benieuwd hoe dat precies in zijn werk gaat? Lees snel verder!
De Kernideeën van de No Drama Discipline Methode
Het belang van verbinding
Een van de belangrijkste pijlers van de No Drama Discipline is dat emotionele verbinding de basis vormt voor effectieve discipline. Als ouder en kind een sterke band hebben, luistert het kind beter en leert het sneller. Daarom is het cruciaal om eerst te verbinden voor je corrigeert.
Disciplineren heeft twee doelen
Volgens Dr. Siegel is de tweeledige doelstelling bij het tussenkomen bij kinderen die ongewenst gedrag stellen:
- Verbinding maken: Het eerste doel is om een sterke emotionele verbinding met het kind te creëren. Dit betekent dat je empathie toont, luistert naar hun gevoelens en begrip toont voor hun perspectief. Door verbinding te maken, voelt het kind zich gehoord en begrepen.
- Begeleiden en onderwijzen: Het tweede doel is om het kind te begeleiden en te onderwijzen. In plaats van te straffen, richt de No-Drama Discipline methode zich op het leren en groeien van het kind. Het gaat erom hen te helpen begrijpen waarom hun gedrag ongewenst is en hen alternatieve manieren aan te reiken om met situaties om te gaan. Het doel is om hen waardevolle vaardigheden en inzichten bij te brengen, zodat ze betere keuzes kunnen maken in de toekomst.
Het brein van ons kind is nog niet af
Een ander kernelement is dat kinderen nog volop in ontwikkeling zijn. Hun brein is letterlijk nog niet af. Dit besef kan veel frustraties voorkomen. Het is normaal dat kinderen impulsief en chaotisch kunnen zijn. Verwacht daarom niet teveel van hen. Het is niet van ‘niet willen’, maar eerder van ‘nog niet kunnen’.
Drie C’s van het kinderbrein
Er zijn drie belangrijke dingen die je moet weten over het kinderbrein:
- Changing: Het brein is veranderlijk
Kinderbreinen zijn nog volop in ontwikkeling. De denkende ‘bovenkamer’ is bij geboorte nog onderontwikkeld. Verwacht dus niet dat een kind zich altijd als een volwassene gedraagt. - Changeable: Het brein is plastisch
Hersenen veranderen door ervaringen. Positieve, herhaalde ervaringen versterken verbindingen tussen hersencellen. Stimuleer dus de goede verbindingen. - Complex: Het brein is complex
Er is een emotionele ‘benedenkamer’ en een denkende ‘bovenkamer’. Activeer met discipline de bovenkamer, niet de benedenkamer. Anders reageert een kind puur emotioneel.
Als je deze 3 C’s begrijpt, kun je het brein positief ‘bouwen’. Je verwachtingen passen bij de leeftijd en je stimuleert empathie, reflectie en zelfregulatie.

Leren = integratie van verschillende hersengebieden
Dr. Siegel spreekt over het concept van integratie. Dit is wanneer de verschillende hersengebieden op een goede, evenwichtige manier met elkaar gaan samenwerken. Dat verdient wat nadere uitleg…
- Linker- en rechterhersenhelft: De linkerhersenhelft wordt geassocieerd met logisch denken, taal en analyse. De rechterhersenhelft is meer betrokken bij emoties, creativiteit en intuïtie.
- Boven- en benedenverdieping: De bovenverdieping van de hersenen omvat de prefrontale cortex, het gebied dat verantwoordelijk is voor hogere cognitieve functies zoals redeneren, plannen en zelfbeheersing. De benedenverdieping omvat de meer primitieve delen van de hersenen die betrokken zijn bij basisbehoeften en emoties, zoals vechten, vluchten of bevriezen.
Integratie houdt in dat deze hersengebieden samenwerken en communiceren, zodat een kind zowel rationeel als emotioneel kan reageren op situaties. Dit is iets wat het kind al lerend bereikt.
Dr. Siegel benadrukt het belang van integratie:
- Het zou helpen bij het ontwikkelen van veerkracht
- Bouwt emotionele intelligentie
- Vergroot het vermogen om effectief met uitdagende situaties om te gaan.
Ouders kunnen integratie bevorderen door verbinding te maken met het kind en te begeleiden in het begrijpen en reguleren van zijn emoties.
Eerst verbinden, dan leren – niet andersom!
Dit wordt ook wel de “connect and redirect” strategie genoemd. Hierbij ligt de nadruk op het verbinden met het kind en hen begeleiden naar betere gedragskeuzes.
De emotionele delen van het brein zijn bij een kind overactief. Er is nog geen evenwicht met de andere delen die nog in ontwikkeling zijn. Vandaar dat een kind soms emotioneel, impulsief en irrationeel reageert. Tijdens een driftbui is een kind niet ontvankelijk voor leren. Vandaar dat er eerst verbinding moet worden gemaakt, zodat het kind kan kalmeren. Pas dan kan het leren.
In de Praktijk?
Dat klinkt allemaal mooi, en eerlijk – het spreekt mij ook wel aan. Maar het klinkt allemaal zo abstract, toch? Gelukkig heeft Dr Siegel een aantal handige tips & tricks. Hou het hoofdprincipe echter altijd in het achterhoofd: eerst is het van belang om emotioneel te verbinden voor je overgaat tot corrigeren. Luister naar je kind, toon empathie en help hem of haar te kalmeren.
3 Vragen
Stel, voordat je actie onderneemt, jezelf altijd drie vragen:
- Waarom heeft mijn kind zo gehandeld? Wees nieuwsgierig. Wat zit achter het gedrag? Past dit gedrag bij de ontwikkelingsfase van het kind?
- Welke les wil ik nu bijbrengen? Het doel is niet om te straffen. Welke vaardigheid moet versterkt worden in deze situatie? Zelfcontrole, delen, verantwoordelijkheid nemen,…
- Hoe breng ik deze les het beste over? Kijk naar leeftijd, ontwikkeling, context. Is het kind er klaar voor? Kun je samen met het kind problemen oplossen? Een betere respons verzinnen voor de volgende keer? Help je kind zelf na te denken.
HALT
Proactief handelen is essentieel. Daarmee bedoel ik: ken je kind en neem je voorzorgen. Anticipeer op behoeften waarvan je weet dat ze bij je kind (en ook bij jou) tot problemen leiden: Hungry, Angry, Lonely, Tired (Hongerig, Boos, Eenzaam, Moe).
Het idee is dat wanneer een kind een “moeilijk” gedrag vertoont, het nuttig kan zijn om eerst te HALT-en. Is één van deze behoeften niet vervuld? Als dat zo is, kan het aanpakken van die behoefte (zoals het geven van een snack aan een hongerig kind, of het aanmoedigen van een dutje voor een vermoeid kind) vaak helpen om het gedrag te verbeteren.

Hoe maak je emotioneel contact?
Allereerst: controleer of je niet te veel vanuit angst of ervaringen reageert. Blijf in het hier en nu.
Vervolgens zijn er 4 stappen om te verbinden:
- Communiceer comfort non-verbaal. Bijvoorbeeld met een omhelzing of kalme, open houding.
- Valideer de gevoelens. Benoem ze en toon dat je ze snapt. Beschrijf wat je ziet: “Ik zie dat je boos bent”.
- Luister aandachtig, zonder meteen te corrigeren.
- Reflecteer wat je hebt gehoord. Herhaal in je eigen woorden wat het kind je zei. Zo weet je kind dat je het begrepen hebt.
Dit betekent niet dat je geen grenzen moet stellen. Je kunt empathie tonen én duidelijk de grens aangeven. “Ik snap dat je boos bent. Laten we erover praten”. Zo leert een kind reflecteren én functioneren.
1-2-3 Discipline
Als je kind gekalmeerd is, kun je het bijsturen via de 1-2-3 methode:
- Onthoud de definitie: disciplineren = onderwijzen Het doel is dus niet om te straffen, maar om iets te leren. Hou dit voor ogen bij het corrigeren.
- Volg twee principes:
- Wacht tot het kind er klaar voor is
Als een kind nog emotioneel is, dringt de boodschap niet door. Wacht tot het tot rust is gekomen en ontvankelijk is. - Wees consequent, maar niet rigide
Kinderen hebben duidelijkheid nodig, maar teveel rigiditeit werkt niet. Blijf flexibel, kijk naar context en bedoelingen.
- Wacht tot het kind er klaar voor is
- Focus op drie uitkomsten:
- Laat je kind inzien wat zijn/haar rol was
Help je kind reflecteren op het eigen gedrag en de gevoelens en motivaties erachter. - Leer empathie voor anderen
Laat je kind nadenken over hoe het gedrag voor anderen was. Hoe voelden zij zich? - Help relaties te herstellen na een fout
Laat je kind nadenken over hoe het de relatie weer kan herstellen. Bijvoorbeeld excuses aanbieden.
- Laat je kind inzien wat zijn/haar rol was
Zo bouw je sociaal-emotionele vaardigheden op en leert het kind vooruit te kijken. Door niet alleen te focussen op het gedrag, maar ook op inzicht, empathie en herstel, ontwikkel je het denkende brein en de vaardigheden van je kind.
R-E-D-I-R-E-C-T
Dit acronym staat voor: R – Reduce words, E – Embrace emotions, D – Describe, don’t preach, I – Involve your child in discipline, R – Reframe “no” into “yes, if…”, E – Emphasize the positive, C – Creatively approach the situation, T – Teach “mindsight” tools.
- Wees kort en krachtig. Lange preken en betogen werken niet. Ga direct op de kern van de boodschap zitten in zo min mogelijk woorden.
- Omarm emoties, maar stuur gedrag bij. Laat je kind weten dat alle gevoelens mogen, maar corrigeer ongewenst gedrag. Zeg dus ‘ja’ tegen de emotie, ‘nee’ tegen het gedrag.
- Beschrijf wat je ziet, preek niet. Benoem neutraal wat er gebeurt, zonder oordeel. Bijvoorbeeld “Ik zie dat je boos bent”. Dit nodigt uit tot praten.
- Betrek je kind bij de oplossing. Laat je kind meedenken over de oplossing in plaats van het op te leggen. Zo leert het reflecteren en verantwoordelijkheid nemen.
- Gebruik ‘ja, als…’ in plaats van simpel ‘nee’. Een voorwaardelijke ‘ja’ is makkelijker te accepteren dan een bot ‘nee’. Bijvoorbeeld: “Ja, je mag op de iPad als je kamer is opgeruimd.”
- Benadruk positieve dingen. Geef niet alleen aandacht aan fouten, maar juist aan wat goed gaat. Zo weet je kind wat je graag ziet.
- Wees creatief. Humor en spel kunnen patronen doorbreken. Het kost energie maar voorkomt vaak veel strijd.
- Leer je kind zijn brein te gebruiken. Leer je kind technieken om emoties en gedachten te managen. Bijvoorbeeld door ze te visualiseren of benoemen.
Zo stuur je op een positieve manier bij en bouw je tegelijk vaardigheden op.
Maar Werkt het ook?
De methode is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over de werking van het kinderbrein. Er zijn echter nog geen grootschalige studies gedaan specifiek naar de resultaten van deze aanpak.
Wel zijn er onderzoeken die de theoretische basis van de methode ondersteunen:
- Studies tonen aan dat een positieve ouder-kind relatie samenhangt met beter luistergedrag bij kinderen en minder gedragsproblemen (bijv. Ewing & Taylor, 2009; Gerdes et al., 2007).
- Onderzoek wijst uit dat responsiviteit, een veilige hechtingsrelatie en positieve betrokkenheid van ouders de ontwikkeling van emotieregulatie en zelfbeheersing bij kinderen bevordert (bijv. Bernier et al., 2010; Feldman et al., 1999).
- Neuroimaging studies laten zien dat sensitief en responsief ouderschap gunstige effecten heeft op de ontwikkeling van de emotionele regulatiesystemen in de hersenen van kinderen (bijv. Whittle et al., 2009).
- Onderzoek naar “inductive discipline” (uitleggen i.p.v. straffen) en “positive parenting” (verbinden, ondersteunen) laat positieve resultaten zien voor kindgedrag (bijv. Krevans & Gibbs, 1996).
Hoewel meer onderzoek nodig is, geven deze studies indirect aanwijzingen dat de aanpak van No Drama Discipline potentieel effectief kan zijn.
Conclusie
Kortom, met kennis over het kinderbrein kan drama in de opvoeding voorkomen worden. Door eerst emotioneel te verbinden activeer je de denkende ‘bovenkamer’ van het brein. Vervolgens kun je positief bijsturen om het gedrag én de vaardigheden van een kind te ontwikkelen. Zo groeit een sterk brein dat goed kan reflecteren, empathie tonen en relaties kan herstellen. Dit bereidt het kind optimaal voor op een gelukkig leven!
De belangrijkste tip is dus: maak eerst verbinding, valideer emoties en help je kind tot rust komen. Pas daarna kun je het positief bijsturen en iets leren. Zo voorkom je drama en bouw je het brein.
Ik besef dat deze methode heel wat complexer is dan de 123-Magic methode. Ik kan me voorstellen dat voor sommige ouders deze methode te ingewikkeld is om in de praktijk toe te passen. Ook veronderstelt dit dat je als ouder over enorm veel zelfbeheersing beschikt.
De No Drama Discipline biedt wel enkele erg waardevolle inzichten. Om implementatie wat makkelijker te maken heb ik enkele werkblaadjes gemaakt die je kunt downloaden.
Bronnen
Boeken
No-Drama Discipline: The Whole-Brain Way to Calm the Chaos and Nurture Your Child’s Developing Mind: the bestselling parenting guide to nurturing your child’s developing mind* door Daniel J. Siegel en Tina Payne Bryson
Website
Youtube
Referenties – Onderzoeken
- “Parenting Styles and Discipline Strategies Endorsed by Parents of Young Children: The Role of Self-Regulation” – Gepubliceerd in 2019, dit onderzoek onderzocht de relatie tussen de zelfregulatie van ouders en de disciplinestrategieën die ze onderschrijven. Hoewel het niet specifiek de No Drama Discipline-methode van Dan Siegel onderzocht, biedt het inzicht in de effectiviteit van verschillende disciplinestrategieën.
- “The Impact of Parenting Styles on Children’s Cognitive Development” – Dit onderzoek uit 2018 onderzocht de impact van verschillende opvoedingsstijlen op de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Het kan nuttig zijn om te begrijpen hoe de principes van de No Drama Discipline-methode kunnen bijdragen aan de cognitieve ontwikkeling van kinderen.
- “The Role of Mindful Parenting in Individual and Social Decision-making in Children” – Dit onderzoek uit 2018 onderzocht de rol van mindful ouderschap in individuele en sociale besluitvorming bij kinderen. Aangezien de No Drama Discipline-methode elementen van mindful ouderschap bevat, kan dit onderzoek relevant zijn.
